Schrijf zoals we spreken
Wat is het geheim van een tekst die leest als een trein? Korte zinnen zeggen veel mensen. Volgens Renée Postma wordt uw tekst pas echt prettig leesbaar als u schrijft zoals u praat. Hoe? Dat leest u in het artikel 'Schrijf zoals we spreken'.
De nieuwsberichten zijn tegenwoordig veel losser dan vroeger. Toch mag het best nog meer richting spreektaal, vindt nieuwslezer Renée Postma. Ze ontwikkelde een eigen methode.
Renée Postma, eindredacteur, nieuwslezer en schrijfcoach bij ANP-Radio
Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht voor de radio? Waarschijnlijk antwoordt bijna iedereen die iets bij de radio doet hetzelfde: korte zinnen maken en geen moeilijke woorden gebruiken. Dat is dan ook het eerste wat je leert als redacteur op een radionieuwsredactie.
De gedachte erachter is dat de luisteraar het nieuws in één keer moet begrijpen. Hij kan natuurlijk niet, zoals een lezer, even een zinnetje opnieuw lezen of terugbladeren als de informatie niet meteen duidelijk is. Dus proberen we het nieuws in hapklare brokken aan te bieden. En zo'n brok is een korte zin, denken veel radiomakers.
Rare leestekst
In de praktijk is het moeilijk: korte zinnen schrijven. Wij radioredacteuren willen zó veel informatie kwijt dat de zinnen de neiging hebben om uit te dijen. Het voorschrift is dus moeilijk uitvoerbaar. Een groter probleem is dat het voorbijgaat aan de spagaat die we continu moeten maken, meestal zonder dat we het doorhebben: we schrijven teksten die geen schrijftaal moeten zijn.
De verschillen tussen schrijftaal en spreektaal zijn enorm. Je merkt dat meteen zodra je letterlijk opschrijft wat mensen zeggen. Je krijgt dan een heel rare leestekst: er staat bijna geen complete zin in, bijna geen punten ook; het is 'en toen', 'en toen', 'en toen' wat de klok slaat. Brokjes van zinnen worden aan elkaar gebreid, met simpele verbindingswoorden, tot een lange woordenstroom. Vreemd om te lezen, maar perfect te begrijpen zodra zo'n tekst wordt uitgesproken en gehoord.
Wilde achtervolging
Als we de luisteraar echt goed willen bedienen, zouden we hem moeten aanspreken in spreektaal. Onze berichten zouden we dus in spreektaal moeten opschrijven, maar dat is heel wat anders dan het aloude recept 'korte zinnen, makkelijke woorden'. Want in spreektaal bestaan nauwelijks zinnen. We zouden onze berichten moeten opstellen in tekstbrokjes, en die aan elkaar lijmen op de spreektaal-manier: met nevenschikkende voegwoorden, zoals en, of, maar en want.
Neem bijvoorbeeld een radiobericht van maandag 2 november, over een verdachte die eind oktober werd opgepakt door de politie in Utrecht na een wilde achtervolging. De eerste zin ging ongeveer zo: De verdachte die vrijdag na een wilde achtervolging is opgepakt in Utrecht, is een gevluchte gevangene, zegt de politie.
Stel nu eens dat iemand dit bericht op de autoradio heeft gehoord, en het thuis meteen aan zijn gezin wil vertellen. Dan zou hij het héél anders formuleren: Heb je het gehoord, van die man in Utrecht? De politie die zat hem achterna en ze hebben hem ook gepakt, en toen kwamen ze erachter: het is een gevluchte gevangene!
In het radiobericht is alle informatie in één zin gepropt, die dan ook niet bepaald kort is. Er staat in wat er gebeurd is, waar en wanneer, en wie dat meldt. Verder is er extra informatie in een ingebedde zin gestopt ("die vrijdag na een wilde achtervolging is opgepakt in Utrecht"). Grammaticaal is het helemaal in orde, maar de kans bestaat dat een luisteraar na zo'n ingebedde zin de draad kwijtraakt en afhaakt.
De versie die thuis verteld wordt, is een stuk effectiever: de luisteraars, in dit geval de gezinsleden, krijgen het idee dat er iets belangrijks is gebeurd en spitsen hun oren om niets te missen. En dat is nu precies het effect dat we willen bereiken met onze radiobulletins. Maar het ziet er niet uit zoals de schrijftaal die redacteuren gewend zijn, en geen enkele redacteur die ik ken, zou dit uit zijn pen krijgen.
Effectief
In 1996 werkte ik bij Veronica Nieuwsradio (VNR). Het was een commerciële nieuwszender, voorzover ik weet de eerste in Nederland, die de concurrentie aan wilde gaan met Radio 1 (dat is overigens niet gelukt, VNR heeft maar een paar maanden bestaan). We zouden het helemaal anders gaan doen: nieuws brengen op een flitsende manier, snel en to the point.
We kregen training van communicatie-expert Anne Boermans. Hij had een oplossing voor de radiospagaat: hij liet ons berichten schrijven met zinnen van maximaal zes woorden. Het leek onmogelijk, maar het bleek wel te kunnen. Het werden heel rare berichten als je ze op papier zag. Een zin als 'De Amerikaanse president Clinton is aangekomen in Israël' werd 'Clinton is president. Zijn land is de Verenigde Staten. Hij is aangekomen in Israël.'
Dat klinkt misschien wel erg kinderachtig, maar effectief waren deze oefenberichten wel. We lazen ze aan elkaar voor en probeerden ze daarna zo goed mogelijk uit het hoofd te herhalen. Dat lukte bijna woordelijk, alle informatie bleef hangen. En dat konden we niet zeggen van de 'gewone' berichten. Een ander voordeel was dat je ze eigenlijk niet 'verkeerd' kon voorlezen. In elke zin was er maar één woord dat logischerwijs de klemtoon kon krijgen.
Hysterisch
Dat beklemtoning belangrijk is, bleek ook uit de lessen van een andere leermeester: Jaap Brand. Hij is de huiscoach van het RTL Nieuws, en trainde ook de nieuwslezers van de RTL-muziekstations Veronica FM en Yorin FM.
Hij hamerde er altijd op dat je per zin maar één woord mocht beklemtonen. De luisteraar zou dan meteen weten wat belangrijk was en hoefde geen extra moeite te doen om een bericht te begrijpen. Brand wees er terecht op dat de luisteraars van een muziekzender misschien helemaal niet zaten te wachten op nieuws. Dus als je ze dat dan toch voorschotelde, moest het wel lekker weg luisteren.
Als er te veel nieuwe informatie in een zin stond, lag de klemtoon niet voor de hand en werd het een kwestie van interpretatie. Neem nu de zin: Commando's hebben met geweld een einde gemaakt aan een gijzeling van 26 militairen in Pakistan.
Die bevat wel zeven woorden die een klemtoon zouden kunnen krijgen: commando's, geweld, einde, gijzeling, 26, militairen en Pakistan. Maar met zeven klemtonen klinkt zo'n zin hysterisch en is totaal niet duidelijk welk element het belangrijkst is. Is het het geweld, of het feit dat commando's het hebben gedaan? Of gaat het erom dat er militairen werden gegijzeld en geen burgers? De oplossing was: anders schrijven en keuzes maken. Brand zou opperen om er voor deze zin van uit te gaan dat mensen al wisten dat er een gijzeling aan de gang was. Dat deel kon je dan een beetje onbeklemtoond laten, alsof je het achter je hand nog even zei, op de toon van 'weet u nog wel'. Het bericht zou dan zo beginnen: (u weet nog wel) In Pakistan werden 26 militairen gegijzeld ... Die zijn weer vrij. Commando's hebben ze bevrijd. Dat gebeurde met geweld. Er is maar één nieuw element per zin, en dat woord krijgt de klemtoon.
Taaie zinnen
Deze laatste versie van het gijzelingsbericht komt al dicht in de buurt van de gesproken taal, maar het ís het nog altijd niet. Want in de 'thuisvertelvariant' zou het ongeveer klinken als: 'Weet u nog, die 26 militairen? Die waren gegijzeld. Dat zeiden we de vorige keer. Nou, ze zijn bevrijd, door commando's, maar wel met veel geweld.'
Hoe kunnen we die spreektaal nóg dichter benaderen? Voortbordurend op Boermans en Brand kom ik tot het volgende recept voor een goed radiobericht: neem als basis tekstelementen die we gebruiken wanneer we praten, met maar één stuk nieuwe informatie per element. Deze elementen zijn automatisch rond de zes woorden lang. Verbind ze met elkaar met nevenschikkende voegwoorden als en, of, maar en want. Zet voor het ritme hier en daar punten, komma's en andere leestekens.
Om de methode te testen heb ik hem toegepast op een paar taaie zinnen, zoals deze: Omdat er, zoals recent uit onderzoek is gebleken, ook in Nederland behoefte is aan goed gereguleerd legaal aanbod wil het kabinet onderzoeken onder welke voorwaarden het mogelijk is kansspelen via internet te reguleren. (Persbericht ministerraad, 11 september 2009)
Deze onmogelijk lange en ingewikkelde zin bevat deze elementen (de elementen tussen haakjes zijn al bekend):
- (Gokspellen op internet zijn verboden.)
- Er is wel vraag naar.
- Dat is uit onderzoek gebleken.
- (Het kabinet wil het anders.)
- Het kabinet wil een onderzoek.
- Het wil regels voor internetgokspellen.
- (Gereguleerde gokspellen zijn wel toegestaan.)
Als we nu de elementen die ertoe doen eruit pikken en op een eenvoudige manier verbinden, met nevenschikkende voegwoorden, zou dit het radiobericht kunnen worden: Gokspelletjes op internet zijn verboden, maar er is wel vraag naar. Het kabinet wil dat oplossen: het wil regels voor de spelletjes, en gaat nu kijken welke regels. De spelletjes-sites moeten zich daaraan houden en dan mogen ze wél.
De zinnen zijn niet heel kort, maar wel begrijpelijk, doordat ze bestaan uit nevengeschikte elementen. Dát is spreektaal: je kunt ellenlang achter elkaar doorpraten zonder dat de lengte van je woordenstroom iets uitmaakt voor de begrijpelijkheid. En berichten die zo zijn geschreven, zijn ook nog eens makkelijk voor te lezen. Zelfs als een nieuwslezer dit op het laatste moment onder zijn neus geschoven krijgt, en het meteen live moet voorlezen, weet hij vanzelf waar de klemtonen moeten komen.
Iemand die dit goed toepaste, was Jurgen van den Berg bij Giel Beelen op 3FM. Hij kon het nieuws vertellen zoals je het thuis zou doen. Zijn berichten waren altijd volstrekt begrijpelijk, je kon ze achteraf bijna woordelijk herhalen en je haakte nooit af door ingewikkelde constructies. En iedereen kan het voor elkaar krijgen, als je de spreektaal weet te 'vangen'. Bij het ANP proberen mijn collega's en ik dat dagelijks voor elkaar te krijgen als we nieuwsberichten schrijven voor muziekstations als Radio 538, Q-music en 110% NL, en ik hoop dat uiteindelijk alle radioredacties gaan schrijven zoals we écht praten.
Bron: Onze Taal, 2010 - 1
U kunt dit artikel van Renée Postma als pdf-bestand downloaden